Heeft u een vraag?

Stel hem hier

Kunnen wij u helpen?

Wij zijn bereikbaar via:

Wilt u liever dat wij bellen?

Of stel hieronder uw vraag:

  •  071-5217099


Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is een van de meest ingewikkelde verzekeringen die u kunt afsluiten. Er zijn ontzettend veel keuzes die u moet maken voordat u uw handtekening onder een aanvraag formulier kunt plaatsen.

Voor wie en waarom?

De arbeidsongeschiktheidsverzekering is bedoeld voor zelfstandig ondernemers en directeuren-grootaandeelhouders. Zij kunnen namelijk geen aanspraak maken op uitkeringen van een werknemersverzekering. Startende ondernemers krijgen soms om medische redenen niet direct een AOV. Voor hen is er daarom de vangnetverzekering.

In de eerste plaats zijn er min of meer technische aspecten waarover u moet beslissen, zoals:

  • Zakelijk of via privé verzekering
  • Het verzekerde bedrag,
  • Schade- of sommenverzekering
  • Welke eindleeftijd
  • Het arbeidsongeschiktheidscriterium,
  • De uitkeringsdrempel,
  • De wachttijd
  • Wel of geen indexatie van de verzekerde som
  • Wel of geen indexatie van de uitkering

en nog vele anderen. Dat vraagt kennis van zaken.

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is een soort spaarvarken bij arbeidsongeschiktheid
Daarnaast heeft u te maken met de vraag welke verzekeringsmaatschappij u kiest, waarbij de meeste maatschappijen ook nog eens diverse dekkingsvarianten aanbieden.

En u komt voor de vraag te staan of u zich laat adviseren door een tussenpersoon die de wettelijke zorgplicht serieus neemt, zaken gaat doen op basis van execution-only, of dat u via een direct-writer uw arbeidsongeschiktheidsverzekering gaat afsluiten.

Verder kan ook de gezondheidsverklaring een belangrijke rol spelen bij het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, en afhankelijk van uw gezondheidssituatie kan die rol zeer bepalend zijn.

Daarom hebben wij deze informatie voor op op een rij gezet.

Hoe en welke arbeidsongeschiktheidsverzekering u ook afsluit, u zult altijd een inschatting moeten maken over situaties in de toekomst. En omdat de toekomst nu eenmaal ongewis is, blijft het een moeilijke zaak om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten met het gevoel dat de juiste keuze is gemaakt.

Zakelijk of Privé verzekeren?


Ondernemers die werken vanuit een rechtspersoon bijv. een BV kunnen ervoor kiezen om een AOV óf op naam van de rechtspersoon of AOV op eigen naam (privé) te sluiten.

Op eigen naam /Privé afsluiten

Voordelen:

Fiscaal voordeel : de premie is aftrekbaar van de inkomstenbelasting (tot 52% aftrek)
Dit fiscale voordeel is hoger dan bij afsluiten op naam van BV. (25% VPB / 22% DB)
Mogelijke uitkering van de AOV verzekering kan niet in een failliete boedel verdwijnen

Nadelen:

De premie is voor eigen rekening
Eventuele uitkering is fiscaal hoger belast danwanneer de AOV op naam van BV is afgesloten


Zakelijk afsluiten

Als de verzekering wordt afgesloten door een rechtspersoon (BV, NV, stichting of vereniging) is de premie op te voeren als aftrekpost voor de vennootschapsbelasting.

Voordelen:

De ondernemer draagt de kosten van een AOV niet zelf privé.
Premies zijn aftrekbaar van de vennootschapsbelasting.
De uitkering is fiscaal lager belast dan bij privé afsluiten.

Nadelen:

Als de rechtspersoon een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt en failliet gaat, verdwijnt de uitkering mogelijk in de failliete boedel.

Het Verzekerde Bedrag bij een AOV

Het verzekerde bedrag - ook wel jaarrente genoemd - van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is het bedrag waarop uw eventuele arbeidsongeschiktheidsuitkering zal worden gebaseerd. Het bedrag wordt meestal op jaarbasis benoemd: heeft u een polis met een verzekerd bedrag van € 36000,-- afgesloten, dan zal uw arbeidsongeschiktheidsuitkering bruto € 36000/12 = € 3000 per maand bedragen (bij een 100% arbeidsongeschiktheidpercentage). Verder geldt uiteraard: hoe hoger het te verzekeren bedrag, hoe meer premie u betaalt voor uw arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Feitelijk is er sprake van twee verzekerde bedragen: Rubriek A en Rubriek B.

Rubriek A

Rubriek A heeft betrekking op het verzekerde bedrag gedurende het eerste jaar dat u arbeidsongeschikt bent. Verder is bij rubriek A een door uzelf te bepalen wachttijd van toepassing. Dat is de termijn waarna de uitkering daadwerkelijk begint, bijvoorbeeld na 2 weken arbeidsongeschiktheid, na één maand, of pas na 3 maanden.

Rubriek B

Rubriek B is het verzekerde bedrag voor de jaren na het eerste jaar arbeidsongeschiktheid. Blijft u de rest van uw leven arbeidsongeschikt, dan is dit de uitkering op basis van dit bedrag het inkomen waarmee u het moet zien te doen. Dat betekent niet dat u het verzekerde bedrag als uitkering krijgt. Wat u krijgt hangt af van de mate van arbeidsongeschiktheid (samenhangend met de ernst van uw arbeidsongeschiktheid) en is een percentage van het verzekerd bedrag. U vindt er alles over in het item hoogte van de uitkering

Deze verzekerde bedragen in Rubriek A (1e jaar) en B (na het 1e jaar) kunnen gelijk zijn, maar dat hoeft niet.

Maximale hoogte van het Verzekerde bedrag

Het verzekerd bedrag van een arbeidsongeschiktheidsverzekering kan bij de meeste maatschappijen maximaal 80% van het bruto jaarloon bedragen; sommige verzekeraars gaan inmiddels tot 90% van het inkomen. Bent u IB-ondernemer en niet in loondienst bij uw eigen BV, dan is het verzekerde bedrag u maximaal 80 % van de gemiddelde fiscale winst over de laatste 3 jaar. De fiscale winst is de winst (of het winstaandeel bij een V.O.F.) voor toepassing van de zelfstandigenaftrek, de MKB vrijstellingen en verdere fiscale voorzieningen. De meeste maatschappijen hanteren daarnaast ook vaak nog een absolute bovengrens van de verzekerde som.

U bent uiteraard niet verplicht om het maximaal te verzekeren bedrag ook daadwerkelijk te verzekeren. U leest hierover meer in het item over de hoogte van de verzekerde som.

Toetsing inkomen

Er zijn verzekeringsmaatschappijen die jaarlijks toetsen of u nog steeds voldoende inkomen heeft, met andere woorden of u inmiddels niet voor meer dan 80% van uw loon of winst bent verzekerd. De meeste maatschappijen voeren deze jaarlijkse toetsing echter niet meer uit. Wel zult u bij het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering moet aantonen dat u inderdaad niet meer dan 80% van uw loon of winst gaat verzekeren, bijvoorbeeld door een jaaropgave, jaarrekeningen over de laatste 3 jaar, of uw aangiften Inkomstenbelasting.

De eerder genoemde jaarlijkse toetsing is van een andere aard dan de toetsing van uw inkomen in het geval van arbeidsongeschiktheid. Afhankelijk van de aard van de AOV (sommenverzekering of schadeverzekering) zal uw inkomen bij arbeidsongeschiktheid wel worden getoetst.

Verkorte uitkering onder Rubriek B

Verder is het goed om te weten dat er ook arbeidsongeschiktheidverzekeringen waarbij de uitkering onder rubriek B beperkt is tot bijvoorbeeld twee of vijf jaar. Dit betekent dat u na die periode van twee of vijf jaar arbeidsongeschiktheid geen uitkering meer ontvangt en u terug zal moet en vallen op uw reserve of de bijstand.

Mocht u voelen voor deze mogelijkheid, bedenkt u zich dan dat wanneer uw reeds vijf jaar arbeidsongeschikt bent, uw kansen om weer inkomen te verwerven wel sterk zijn afgenomen. U bent tenslotte niet voor niets vijf jaar arbeidsongeschikt. Uiteraard zult u zich in die situatie ook bij geen enkele maatschappij meer kunnen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid voor de resterende jaren tot uw pensioenleeftijd.

Schade- of sommenverzekering

Een belangrijk punt bij het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is de aard van de dekking. Men onderscheidt daarbij de:

  • Schadeverzekering
  • Sommenverzekering

Schadeverzekering

Bij de schadeverzekering vergoedt de verzekeraar de schade die u loopt als gevolg van uw arbeidsongeschiktheid. U zult daarbij moeten aantonen wat de schade is. U moet dus duidelijk maken dat u schade lijdt, met andere woorden u moet uw inkomensverlies aantoonbaar maken.

Heeft u bijvoorbeeld een klussenbedrijf en zit u met een gebroken been thuis, dan is het duidelijk dat u uw uren niet kunt maken en dat u inkomsten derft. De schadeverzekering zal overgaan tot uitkering met een hoogte op basis van het verzekerde bedrag, met in achtneming van de eigen risico termijn en de mate van arbeidsongeschiktheid.

Het kan echter ook zijn dat u een beroep beoefent waarbij de schade niet direct optreedt.

Geeft u leiding aan een aantal medewerkers, dan kunt u wellicht per telefoon dringende zaken regelen, terwijl de rest na uw arbeidsongeschiktheid kan worden opgepakt, zich gedeeltelijk vanzelf oplost en/of door anderen wordt waargenomen. In dit geval is het moeilijker om aan te geven wat de werkelijke inkomstenderving is geweest.

Hetzelfde kan gelden voor een schrijver die ondanks zijn arbeidsongeschiktheid wel royalties ontvangt uit verkoop van zijn boeken.

Sommenverzekering

Ten behoeve van dergelijke, minder duidelijke situaties is de sommenverzekering in het leven geroepen. Deze contractvorm keert een bedrag uit op basis van het verzekerde som en de mate van arbeidsongeschiktheid, ongeacht de optredende schade. In dit geval is er dus ook geen toetsing van het inkomen.

Waar de sommenverzekering aanvankelijk nog een unicum was in de wereld van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, neemt de laatste jaren het aantal maatschappijen met een sommenpolis snel toe. De meeste maatschappijen hebben er inmiddels wel één in het pakket. Het gaat bijna altijd om de duurste variant in de productlijn, wat logisch is omdat de schadelast onder dit regiem wel hoger uit moet vallen. Wilt u premie besparen, dan is de sommenverzekering meestal niet de eerste aangewezen variant, hoewel er soms behoorlijk wordt "gestunt" met de premie's en de sommenpolis toch als aantrekkelijk uit de bus kan komen.

Het Arbeidsongeschiktheidscriterium bij een AOV

Het arbeidsongeschiktheidscriterium houdt verband met de manier waarop de verzekeringsmaatschappij beoordeeld in hoeverre u arbeidsongeschikt bent.

Er zijn 3 criteria:

  • Beroepsarbeidsongeschiktheid
  • Passende arbeid
  • Gangbare arbeid

U kunt bij het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering zelf bepalen welk arbeidsongeschiktheidscriterium u kiest.

Beroepsarbeidsongeschiktheid

Het meest "luxe" arbeidsongeschiktheidscriterium is beroepsarbeidsongeschiktheid. Dit betekent dat alleen wordt beoordeeld of u uw beroep nog uit kunt oefenen. Kunt u dat niet, dan bent u arbeidsongeschikt en volgt een (deel)uitkering, ongeacht of u nog andere beroepen of werkzaamheden kunt verrichten.

U zult begrijpen dat deze "luxe" variant ook de hoogste premie met zich mee brengt. Bovendien staat in de voorwaarden van veel arbeidsongeschiktheidsverzekeringen dat u wel passende arbeid binnen uw eigen onderneming dient te accepteren. Maar zoals gezegd alleen binnen uw eigen onderneming, wat in de praktijk meestal geen al te groot bezwaar hoeft op te leveren. De meeste ondernemers zijn immers liever in hun eigen zaak werkzaam dan voor een ander.

Passende arbeid

Kiest u bij het afsluiten van uw AOV voor het criterium passende arbeid, dan kijkt men naar uw opleiding, vaardigheden en eerdere werkzaamheden en naar andere beroepen die men in redelijkheid van u kan verlangen. Omdat er breder wordt beoordeeld, zult u minder snel arbeidsongeschikt worden verklaard en zal er samen met u worden gezocht naar passende arbeid op basis van uw arbeidsverleden.

Stel u bent professioneel zanger en heeft u ernstige stemproblemen. U kunt geen avondvullende concerten meer geven, maar u kunt wel praten en een kort lied is geen probleem. Bij het criterium passende arbeid kan de verzekeraar u dan vragen om bijvoorbeeld zangcoach of zangleraar te worden. Wat niet van u gevraagd kan worden is om stratenmaker of computerprogrammeur te worden.

Gangbare arbeid

Het meest ruime arbeidsongeschiktheidscriterium is dat van gangbare arbeid. In dit geval wordt u beoordeeld voor het verrichten van werk in algemene zin. Bent u in staat om vakken te vullen of zelfs maar de telefoon op te nemen, dan bent u niet arbeidsongeschikt, ook al was u in uw vorige beroep notaris, advocaat of minister-president. Niet echt ideaal dus.

Overigens is er maar een beperkt aantal arbeidsongeschiktheidsverzekeringen dat dit arbeidsongeschiktheidcriterium nog hanteert.


Welke eindleeftijd voor mijn AOV zal ik kiezen?

Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden! Het eerste probleem zit hem in het simpele feit dat de eindleeftijd bij het afsluiten van de arbeidsongeschiktheidsverzekering vaak nog (heel) ver weg is. Bovendien is het antwoord gekoppeld aan uw pensioenvoorziening en eventuele reserves te zijner tijd. Ook twee onzekere factoren die moeilijk zijn in te schatten.

In principe staat de eindleeftijd gelijk aan het moment van pensionering, afhankelijk van uw leeftijd ergens tussen de 65 en 67 jaar. Uw gebruikelijke inkomen valt om dat moment weg, uw pensioenvoorziening treedt in werking, en u heeft geen inkomensverzekering meer nodig.

Voorziet u dat u te zijner tijd over behoorlijke reserves beschikt of gaat uw pensioenvoorziening al eerder dan op uw pensioenleeftijd in, dan kan het zeker aantrekkelijk zijn om de eindleeftijd één of enkele jaren naar voren te halen. Het effect kan behoorlijk zijn:

Stel u betaalt op 33-jarige leeftijd een maandpremie van € 244, uitgaande van een eindleeftijd van 65 jaar. Verandert u de eindleeftijd naar 63 jaar, dan neemt de maandpremie met € 24 af tot € 220. Een verschil van 10% (voor fiscale aftrek van de premie). Het premieverschil blijft gedurende de gehele looptijd van toepassing, zodat het bij elkaar om een aanzienlijk bedrag kan gaan.

Ten aanzien van uw reserves moet u zich niet al te rijk rekenen. In een mensen leven kan veel gebeuren en zeker als de eindleeftijd nog ver weg is, kan er zoveel gebeuren (in positieve en negeatieve zin), dat het moeilijk is om daar echt iets zinnigs over te zeggen. Leest u in dit verband ook het item "Welke verzekerde som voor mijn AOV moet ik kiezen".

Heeft u geen riante reserves of goudgerande pensioenvoorziening, dan zit er weinig anders op dan de eindleeftijd op 65 - 67 jaar te zetten. Heeft u uw bestaande AOV al enige tijd geleden afgesloten, dan zal de eindleeftijd op 65 jaar staan en kan het raadzaam zijn deze aan te passen naar een hogere leeftijd. Inmiddels hebben alle verzekeraars hun aanbod aangepast naar aanleiding van de invoering van de hogere pensoenleeftijd en zijn er ook vaak wel mogelijkheden om lopende polissen op dit punt aan te passen.


Mate van Arbeidsongeschiktheid - Arbeidsongeschiktheidspercentage

Raakt u arbeidsongeschikt, dan zult u zelden voor 100% worden afgekeurd en dus evenmin 100% arbeidsongeschikt zijn.

Afhankelijk van de kwaal die u hebt en afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidscriterium waarvoor u bij het afsluiten van de arbeidsongeschiktheidsverzekering hebt gekozen, wordt de mate van arbeidsongeschiktheid (ook wel het arbeidsongeschiktheidspercentage) vastgesteld.

Op grond van het arbeidsongeschiktheidpercentage dat door de maatschappij wordt vastgesteld ontvangt u een uitkering met een bepaald uitkerings-niveau.

Uitkeringsdrempel

U kunt bij het afsluiten van een AOV ervoor kiezen om een verhoogde uitkeringsdrempel af te spreken. Gangbare drempelwaarden naast de standaard van 25% zijn 45 % en 80%. Hoe hoger de uitkeringsdrempel, hoe minder premie u betaalt.

Keerzijde van de medaille is dat u alleen een uitkering ontvangt als het door de maatschappij vastgestelde arbeidsongeschiktheidpercentage gelijk of hoger is dan de drempelwaarde die u heeft gekozen bij het afsluiten van de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Stel U heeft bij het afsluiten van uw arbeidsongeschiktheidsverzekering gekozen voor een uitkering bij een arbeidsongeschiktheidpercentage vanaf 45%. U raakt na enkele jaren arbeidsongeschikt en door de verzekeringsmaatschappij wordt het arbeidsongeschiktheidpercentage uiteindelijk vastgesteld op 30%. U zult geen arbeidsongeschiktheidsuitkering, want uw werkelijke percentage van 30% is lager dan de drempelwaarde van 45% die u heeft afgesloten.


De Wachttijd of of Eigen Risico Termijn bij een AOV

De wachttijd of eigen risico termijn - bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering is de periode waarna de uitkering daadwerkelijk begint. U kunt hierin zelf een keuze maken bij het afsluiten van de AOV. Er zijn diverse mogelijkheden. Gebruikelijke waarden zijn: na één maand arbeidsongeschiktheid, na twee maanden, na drie maanden, of na een half jaar.

De wachttijd heeft dus betrekking op de uitkering onder Rubriek A, het verzekerde bedrag in het eerste jaar arbeidsongeschiktheid. Kiest u voor een wachttijd van 1 jaar, dan vervalt de dekking onder rubriek A, omdat deze alleen op het eerste jaar van toepassing is.

Naarmate u een langere wachttijd kiest, gaat de premie van uw arbeidsongeschiktheidsverzekering omlaag. In onderstaande tabel ziet u een overzicht van de premie van een willekeurige AOV bij toennemende wachttijd, waarbij de overige variabelen gelijk zijn gebleven:

Indexering bij een AOV - Indexatie

Bij het begrip indexering (of indexatie) van een arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn er twee zaken die een rol spelen:

indexatie van de verzekerde som
indexering van de uitkering

Incidenteel wordt ook wel gesproken over indexatie "voor" en "na"

Indexering van het verzekerde bedrag

Bij het afsluiten van de een AOV kunt u bepalen dat u het verzekerde bedrag jaarlijks wilt indexeren. Op deze manier kunt u het verzekerde bedrag laten meegroeien met de inflatie. Afhankelijk van de maatschappij kunt u vaak kiezen uit percentages van 1%, 2%, of 3%. Ook zijn er arbeidsongeschiktheidsverzekeringen die de jaarlijkse inflatie-index van het CBS als uitgangspunt nemen.

Voordeel van indexatie van de verzekerde som is dat u ook na langere tijd nog een verzekerd bedrag hebt dat past bij het kostenniveau van dat tijdstip. Nadeel is dat de premie in de loop der tijd aanzienlijk kan groeien, zeker wanneer u gekozen heeft voor een vaste indexatie met bijvoorbeeld 2% of 3%. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, maar indien het inflatieniveau de komende jaren aanzienlijk lager is, loopt u wel de kans dat u over pak weg 20 jaar met een veel te hoog verzekerd bedrag zit, met dienovereenkomstig hoge premie.

Het lijkt dus verstandig om terughoudend om te gaan met indexering van het verzekerde bedrag. Mede omdat u ook kunt kiezen om geen indexatie toe te passen maar periodiek gebruik te maken van het eventuele optierecht om het verzekerde bedrag desgewenst te verhogen. In dat geval is er wel sprake van inkomenstoetsing.

Andersom beschikken arbeidsongeschiktheidsverzekeringen soms over een verlagingsrecht: de mogelijkheid om het verzekerde bedrag te verminderen met bijvoorbeeld 10%. Dat kan handig zijn als door jaarlijkse indexatie het verzekerde bedrag uit de pan is gerezen. U leest meer over deze aanpak om het verzekerde bedrag op uw wensen af te stemmen in het item optierecht bij de AOV

Indexatie van de uitkering

Los van indexering van het verzekerde bedrag kunt u ook kiezen voor indexatie van de uitkering. Dat betekent dat wanneer u arbeidsongeschikt raakt en een uitkering met een bepaalde hoogte gaat ontvangen, het niveau van de uitkering jaarlijks stijgt. Ook nu kunt u weer kiezen voor percentages van 1%, 2%, of 3%, en CBS-index, afhankelijk van de maatschappij die de arbeidsongeschiktheidsverzekering aanbiedt.

Over het algemeen is het geen onverstandige keuze om de uitekering te indexeren met bijvoorbeeld de CBS-index. Het premieverschil is niet dramatisch groot en u voorkomt dat u bij langdurige arbeidsongeschiktheid uiteindelijk een erg karige uitkering overhoudt.

 

Arbeidsongeschiktheidsverzekering Vergelijken en Afsluiten
Bent u zover dat u wilt overgaan tot het afsluiten van een AOV, dan zijn er eigenlijk twee vragen die u moet beantwoorden:

Welke AOV kies ik, met andere woorden: welke AOV past het beste bij mijn wensen en situatie?
Hoe sluit in hem af?


De meeste ondernemers er voor om zich te laten adviseren door een tussenpersoon. Deze brengt, als hij zijn werk goed doet, uw situatie in kaart en gaat het complete aanbod van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen van alle maatschappijen na om de AOV te vinden die het best bij u past. Bovendien staat hij, als hij zijn werk nog steeds goed doet, aan uw kant wanneer u in geval van ziekte aanspraak wil maken op een uitkering en de maatschappij eventueel dwarsligt.

Een goede start is altijd om zelf eerst eens een proefberekening te maken op de website van een maatschappij. U heeft dan al een indruk van de kosten. Dat kan bijvoorbeeld op de website van ReaalKlaverblad of Movir.

Een tweede stap kan zijn om een oriënterend gesprek aan te vragen met een tussenpersoon. Tijdens een zo'n oriënterend gesprek ziet u snel genoeg met wie u van doen heeft en of u vertrouwen in hem of haar stelt. Dat is laatste belangrijk: u wilt in geval van ziekte kunnen terugvallen op uw hulp en ondersteuning van uw tussenpersoon, zeker bij eventuele oneinigheid met de maatschappij. Probeer ook zicht te krijgen op de deskundigheid van de tussenpersoon. Sommige adviseurs verzorgen slechts een handvol arbeidsongeschiktheidsverzekeringen per jaar, en u kunt zich afvragen of dat voldoende ervaring en deskundigheid met zich meebrengt om een specialistisch product als een AOV goed te kunnen adviseren. Als laatste punt: u geeft gedurende de gehele looptijd al snel enkele tienduizenden euro's uit aan een AOV. Een grote 'aankoop' dus, die u waarschijnlijk het liefst via een deskundige en betrouwbare adviseur doet....

 

Opgemelde betreft globale informatie en kan rechten aan ontleent worden.